Onderweg naar een nieuw pensioen

De overstap naar het nieuwe pensioen

De werkgevers en de vakbonden kozen eerder voor een solidaire pensioenregeling (lees hier meer). Ook verhuizen alle bestaande pensioenen mee naar de nieuwe pensioenafspraken. Dit noemen we ook wel ‘invaren’. Maar hoe werkt dit en wat is er voor nodig? Graag vertellen wij u hier meer over.

Het begin: hoe gaat het financieel met het fonds?

Voor het verhuizen van de bestaande pensioenen bekijken we hoe het fonds er financieel voorstaat. Dat ziet u aan de dekkingsgraad. Deze bepaalt het fonds zo: aan de ene kant zijn er de pensioenen die het fonds moet gaan betalen. Aan de andere kant is er het vermogen van het fonds. Zijn deze twee gelijk aan elkaar, dan is er precies genoeg geld om alle pensioenen nu en later te kunnen betalen. In dat geval is er een dekkingsgraad van 100% (lees hier meer).

Maar het fonds zet meer geld opzij, als buffer. Dat moet van De Nederlandsche Bank (DNB). Die reserve is bedoeld voor kosten zoals van de pensioenadministratie, het bestuursbureau en voor het opvangen van tegenvallers bij het beleggen. Wettelijk gezien moet de dekkingsgraad ten minste ongeveer 105% zijn.

In de praktijk is de dekkingsgraad veel hoger. Bijvoorbeeld, in september 2025 was deze 151,0%. U kunt de dekkingsgraad volgen op onze website (lees hier).

Dekkingsgraad als graadmeter

Er moet dus genoeg geld zijn om de bestaande pensioenen mee te kunnen nemen naar de nieuwe pensioenregeling. Om te beginnen moet de dekkingsgraad ten minste 105% zijn. Alleen dan kunnen de pensioenen gelijkblijvend meeverhuizen van de oude naar de nieuwe pensioenregeling. Daarnaast moet het fonds ook straks, met de nieuwe regels, wat extra geld opzij zetten. Want ook dan zijn er nog bepaalde wettelijke reserves, de kosten van de pensioenadministratie en het bestuursbureau.

Verdelen van het vermogen

Is de dekkingsgraad op 31 december 2026 hoger dan ongeveer 105%? Dan verdeelt het pensioenfonds het ‘extra’ geld volgens de afspraken die de werkgevers en de vakbonden gaan maken.

Evenwichtig verdelen
De sociale partners spraken met elkaar af welke groepen iets extra’s bij hun pensioen krijgen van het te verdelen vermogen. Ze wogen hierbij zorgvuldig alle belangen af. Dit noemen we ‘evenwichtig’ verdelen. Het gaat dan bijvoorbeeld over degenen voor wie de overgang naar de nieuwe pensioenregels nadelig is. Deze groepen krijgen een groter deel van het vermogen van het fonds om het nadeel deels of helemaal goed te maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om de groep die in het verleden niet altijd (volledige) verhogingen kreeg bij prijsstijgingen (lees hier meer). Of de groep voor wie de overstap naar de nieuwe manier van premie berekenen nadelig is (lees hier meer). Het bestuur van het fonds heeft in 2025 zorgvuldig naar de plannen van de sociale partners gekeken en getoetst of de gemaakte keuzes voor alle betrokkenen evenwichtig zijn. Ook heeft het bestuur bekeken of alle afspraken goed uit te voeren zijn. Na deze beoordeling heeft het bestuur besloten om de nieuwe pensioenregeling te gaan uitvoeren.

Solidariteit
De solidaire premieregeling heeft een solidariteitsreserve. Het pensioenfonds zet een bedrag apart om de ingegane pensioenen (deels) aan te vullen om schommelingen in uw pensioen te voorkomen of te beperken.

Dekkingsgraad 115% of hoger
Is de dekkingsgraad op 31 december 2026 115% of hoger? Dan verwachten wij dat iederéén met een pensioen bij het fonds er iets extra’s bij krijgt. U heeft dan op 1 januari 2027 een hoger pensioen dan u had op 31 december 2026.

Wat is het gevolg van invaren?

De nieuwe pensioenregeling werkt anders dan nu.

Op dit moment is het fonds verplicht een redelijk grote buffer aan te houden om tegenvallers te kunnen opvangen. Bijvoorbeeld tegenvallers in beleggingen en de rentestand. Dat heeft tot gevolg dat de uitkeringen geen nadeel ondervinden van een tegenvaller, maar ook niet zo snel kunnen stijgen. Er kan alleen worden geïndexeerd als er behoorlijk veel geld in kas is én de prijzen zijn gestegen.

In de nieuwe regeling blijft het fonds het totale vermogen voor de deelnemers beleggen. Het “oude” jaarlijkse indexeren bestaat dan niet meer. Daarvoor komt in de plaats dat de pensioenen gaan meebewegen met de resultaten van de beleggingen. De kans op een stijging wordt hoger en de kans op een daling ook. Dat effect zal leeftijdsafhankelijk zijn. Dat wil zeggen dat het pensioen van jongere collega’s waarschijnlijk méér zal meebewegen. Het pensioen van oudere collega’s en degenen die al met pensioen zijn zal waarschijnlijk minder meebewegen (lees hier meer).

Meer lezen hierover? 

  • Werkgever Gasunie publiceerde in oktober 2024 de Pensioenbrochure. Hierin leest u meer over de nieuwe pensioenregeling.
  • Bekijk het speciale Wtp-magazine dat Pensioenfonds Gasunie in november 2025 voor u gemaakt heeft. 

Toekomstige dekkingsgraad is nog niet bekend

De dekkingsgraad op 31 december 2026 is dus een belangrijk cijfer. Het geeft aan hoeveel vermogen het fonds kan verdelen over de deelnemers. Op dit moment is niet te voorspellen hoe hoog de dekkingsgraad dan is. Dit hangt onder meer af van het vermogen van het fonds en de marktrente.

Samenvatting

Met de overgang naar de nieuwe pensioenregeling op 1 januari 2027 verhuizen alle pensioenen bij Pensioenfonds Gasunie mee naar de nieuwe pensioenregeling. Hiervoor moet het fonds genoeg geld hebben om alle pensioenen nu en later te kunnen te betalen.

Is de dekkingsgraad van het fonds hoger dan 105%? Dan wordt het meerdere op een evenwichtige manier verdeeld over deelnemers. Bij een dekkingsgraad van ongeveer 115% of hoger krijgt waarschijnlijk iederéén extra geld bij zijn pensioen.