Wat is er nieuw

Hoe u pensioen opbouwt, verandert

In uw huidige pensioen is de afspraak dat u elk jaar een vast percentage van uw pensioen opbouwt. Zo bouwt u een pensioen op waarvan van tevoren (redelijk zeker) vaststaat hoeveel dit is. In het nieuwe pensioen werkt dit anders.

Van vast pensioen naar persoonlijk pensioenvermogen
In het nieuwe pensioen is de afspraak dat er elk jaar een percentage aan inleg bij uw pensioen komt. Het pensioenfonds belegt deze inleg in één gezamenlijk vermogen van alle deelnemers. Een deel ervan reserveren wij voor uw pensioen. Dit is uw persoonlijk pensioenvermogen, als onderdeel van het gezamenlijke vermogen. Hoeveel pensioen u later krijgt, staat niet vast. Dat hangt af van hoeveel pensioenvermogen er voor u is en wat op dat moment de rente is.

U krijgt inzicht in uw persoonlijk pensioenvermogen
In MijnPensioencijfers ziet u straks hoe uw pensioenvermogen ervoor staat. U ziet hoeveel inleg er elke maand bijkomt. Ook ziet u hoe uw pensioenvermogen groeit of daalt door beleggingsopbrengsten en wat u later aan pensioen kunt verwachten.

Uw pensioen beweegt straks meer mee met de economie

Ook als u pensioen ontvangt, blijft het pensioenfonds het vermogen beleggen. Net zoals nu het geval is. Uw pensioen beweegt straks meer mee met de beleggingsresultaten dan u nu gewend bent. Uw pensioen kan elk jaar stijgen of dalen, of gelijk blijven. Dit geldt voor alle pensioenen: het pensioen voor uzelf en na uw overlijden het pensioen voor uw partner en uw kinderen.

Wij proberen grote schommelingen in uw pensioen te beperken
Met de volgende afspraken beperken we grote schommelingen in uw pensioen zoveel mogelijk.

  1. We spreiden de beleggingsresultaten over een periode van 4 jaar.
  2. We zetten een bedrag apart om de ingegane pensioenen (deels) aan te vullen als dit nodig is. Dit is de solidariteitsreserve.

Hier leest u meer over deze afspraken

Zo zorgt spreiding voor minder schommelingen

Uw pensioen gaat straks meebewegen met de economie. Dat klinkt spannend, maar we proberen de grote schommelingen zoveel mogelijk te beperken. Hoe? Door de resultaten van het beleggen te spreiden over meerdere jaren. Zo beperken we grote schommelingen. Hieronder ziet u een voorbeeld.

In de tweede kolom van de tabel staan de resultaten van het beleggen per jaar. Dit zijn resultaten na aftrek van de kosten die we maken voor het beleggen. We weten natuurlijk nog niet wat de resultaten zijn vanaf 1 januari 2027. De tabel is bedoeld als voorbeeld. In de kolommen daarna, ziet u hoe het resultaat van het beleggen wordt gespreid. Ieder jaar opnieuw spreiden we het overgebleven resultaat weer over vier jaar.

Jaren Beleggingsresultaat Jaar 1 na spreiding Jaar 2 na spreiding Jaar 3 na spreiding Jaar 4 na spreiding Jaar 5 na spreiding
Jaar 1  9,80% 2,45% 1,84% 1,38% 1,03% 0,78%
Jaar 2 5,60%   1,40% 1,05% 0,79% 0,59%
Jaar 3  -16%     -4% -3% -2,3%
Jaar 4 12,20%       3,05% 2,3%
Jaar 5  1,30%         0,33%
             
Totaal per jaar:   2,45% 3,24% -1,57% 1,87% 1,73%

In de onderste rij ziet u het totale beleggingsresultaat. Dit wordt elk jaar toegevoegd aan uw pensioen. Uw pensioen beweegt dus mee volgens dit resultaat. In dit voorbeeld ziet u dat een groot negatief resultaat in jaar 3 (-16%) niet in één keer doorwerkt in uw pensioen. Ieder jaar opnieuw spreiden we het overgebleven resultaat weer over vier jaar. Daardoor blijft de jaarlijkse verandering beperkt. In jaar 3 is het totale resultaat wat aan uw pensioen wordt toegevoegd negatief, namelijk -1,57%. Alleen in dat jaar is volgens dit voorbeeld een aanvulling uit de solidariteitsreserve nodig. Zo voorkomen we zoveel mogelijk dat uw pensioen wordt verlaagd. In de jaren daarna is het totale resultaat weer positief. Dat komt door de positieve resultaten in de jaren daarna.

Spreiding helpt dus om grote schommelingen in uw pensioen te beperken. En is er toch een negatief resultaat? Dan gebruiken we de solidariteitsreserve. Deze zetten we in om uw pensioenuitkering zoveel mogelijk op het niveau van het jaar ervoor te houden. Pas als de solidariteitsreserve voor dat jaar maximaal is gebruikt, kan uw pensioen dalen.

Beleggingen voor uw pensioen

Net als bij uw huidige pensioen belegt Pensioenfonds Gasunie het vermogen voor alle deelnemers samen. Maar hierbij houden we straks wel rekening met uw leeftijd. Voor jongere deelnemersgroepen kunnen we meer risico nemen met de beleggingen voor hun pensioen. Zo maken zij kans op een hogere opbrengst. Maar dit kan ook verlies opleveren. Dus voor oudere deelnemersgroepen nemen wij steeds een stap minder risico met de beleggingen voor hun pensioen. Regelmatig vragen wij naar uw voorkeur voor de beleggingen. Hiermee geven we ons beleggingsbeleid vorm.

Hier leest u meer over de beleggingen voor uw pensioen

Inleg voor uw pensioen

In het huidige pensioen legt iedereen via het salaris een vast percentage in voor het pensioen. Dit heet de premie. Uw werkgever betaalt het grootste deel. Het pensioenfonds gebruikt deze premie om uw pensioen op te bouwen. Omdat mensen die dichter bij hun pensioen zitten minder tijd hebben om hun pensioen te laten groeien, is er voor hen meer geld nodig om hetzelfde pensioen te bereiken. Daarom wordt de totale premie nu verdeeld op basis van leeftijd. Een deel van de premie van jongeren gaat naar ouderen. Dit heet de doorsneesystematiek.

In het nieuwe pensioen wordt de premie niet meer verdeeld op basis van leeftijd. Iedereen krijgt een gelijk percentage van het salaris als inleg, ongeacht hoe oud iemand is. Dit betekent dat wie jong is, relatief meer pensioen kan opbouwen met dezelfde inleg, omdat het geld langer kan renderen.

Oudere deelnemers kunnen nadeel hebben van deze verandering. De sociale partners maakten afspraken om deze groep tijdens de overgang naar het nieuwe pensioen tegemoet te komen. Dit is compensatie.

Hier leest u meer over de inleg voor uw pensioen.

Uw bestaande pensioen gaat mee naar de nieuwe pensioenregeling

Op 1 januari 2027 gaat Pensioenfonds Gasunie over op het nieuwe pensioen. Het pensioen dat u tot en met 31 december 2026 bij ons opbouwde, zetten wij op dat moment om naar de afspraken in het nieuwe pensioen. Ook het pensioen dat is ingegaan, gaat mee naar het nieuwe pensioen.

Verdelen van het vermogen
Op het moment dat we overgaan naar het nieuwe pensioen verdelen we het vermogen van het pensioenfonds over verschillende potten. Dit zijn bijvoorbeeld (wettelijke) reserves voor kosten van de uitvoering van de pensioenregeling, een reserve om daling van pensioen te voorkomen of te beperken, compensaties, maar vooral de persoonlijke pensioenvermogens van deelnemers.

Hier leest u meer over deze afspraken

Wat is er nieuw

  • Nieuw pensioen voor werknemers

    Transitieplan in het kort: zo ziet uw nieuwe pensioen er straks uit

    In 2024 maakten de sociale partners nieuwe afspraken over pensioen voor medewerkers van Gasunie en GasTerra. Deze afspraken liggen inmiddels vast en staan in het transitieplan. Hierin staat ook wat er gebeurt met de al opgebouwde pensioenen. De sociale partners vroegen Pensioenfonds Gasunie om dit plan uit te voeren. Nu beoordeelt het fonds of dat kan. Ook gaan wij na of in het plan de belangen van alle betrokkenen evenwichtig zijn afgewogen. Als het antwoord op beide vragen 'ja' is, dan gaat het fonds de nieuwe regeling uitvoeren. De nieuwe afspraken gaan naar verwachting in vanaf 1 januari 2027. In dit artikel leest u over de belangrijkste onderdelen van het transitieplan.

    Leest u liever direct het volledige transitieplan? Kijk dan hier.

    Solidaire pensioenregeling (SPR)

    De sociale partners kozen voor een 'solidaire pensioenregeling'. Bij het nieuwe pensioen is een deel van het totale vermogen voor u bestemd. Het totale vermogen beleggen wij. De afspraak is dat er elke maand een bedrag voor u wordt ingelegd. Dit is de premie. Zo groeit uw pensioenvermogen. Deze inleg beleggen wij ook. Als u later met pensioen gaat, dan zet u dit hele bedrag om naar een pensioen dat u maandelijks krijgt. Hoeveel pensioen u later krijgt, staat nu dus nog niet vast. Hier leest u meer over de solidaire premieregeling. Bij dit type pensioenregeling draagt u een aantal risico's samen met andere deelnemers.

    De bestaande pensioenen verhuizen mee

    Het pensioen dat u tot en met 31 december 2026 bij ons opbouwt, verhuist mee naar het nieuwe pensioen. Dit heet ook wel invaren. Zo blijven de 'oude' en de 'nieuwe' pensioenen in één pot bij elkaar. We rekenen het 'oude' pensioen dan om naar 'nieuw' pensioen. Dit geldt ook voor gepensioneerde en voormalige deelnemers. Hier leest u meer over het omzetten van de pensioenen naar het nieuwe pensioen.

    Beleggingen - uw pensioen beweegt meer mee met de economie

    Net als bij het huidige pensioen belegt het fonds bij het nieuwe pensioen het totale vermogen voor alle deelnemers. Alle deelnemers hebben daarin elk hun eigen deel. Hierbij houdt het fonds rekening met verschillende leeftijdsgroepen. Jongere deelnemers hebben meer tijd voordat zij met pensioen gaan. Daarom kan het fonds voor hen met meer risico beleggen. Voor oudere deelnemers is het andersom. Zij hebben minder tijd en het fonds belegt daarom voor hen met minder risico. De opbrengsten van de beleggingen komen bij uw deel van het totale pensioenvermogen terecht. Uw pensioenvermogen beweegt daardoor mee met de economie en kan stijgen of dalen. Deze beweging zal voor jongere deelnemers groter zijn, en voor oudere deelnemers kleiner. Hier leest u meer over de beleggingen in uw nieuwe pensioen.

    Solidariteitsreserve voorkomt al te grote schommelingen in pensioen

    De pensioenen van de gepensioneerden bewegen óók meer mee met de economie. Dat betekent dat hun pensioen ook kan stijgen of dalen. De sociale partners willen voorkomen of beperken dat deze pensioenen dalen. Daarom zet het fonds extra geld opzij. Dit is de solidariteitsreserve. Met deze reserve dempt het fonds al te grote schommelingen in de uitkeringen van de gepensioneerden. Bijvoorbeeld als de opbrengsten van de beleggingen tegenvallen. Hier leest u meer over de solidariteitsreserve.

    Vullen en gebruiken van de solidariteitsreserve
    Tijdens de overgang naar het nieuwe pensioen op 1 januari 2027 vult het pensioenfonds de solidariteitsreserve. Op zijn hoogst 3% van het hele vermogen van het pensioenfonds gaat hier dan naartoe. Daarna vult het fonds de reserve elk jaar bij vanuit de opbrengsten van de beleggingen van het gehele fonds. Ieder jaar kan het fonds tot 20% van de solidariteitsreserve gebruiken om een daling van pensioenuitkeringen te dempen of te voorkomen. Zo blijft er genoeg over voor de jaren erna.

    Verdelen van het totale vermogen tijdens de overgang

    Op 1 januari 2027 gaat het nieuwe pensioen in. Het fonds verdeelt dan het totale vermogen over een aantal bestemmingen afhankelijk van hoeveel vermogen er op dat moment beschikbaar is.

    Bestaande pensioenen en reserves
    Als eerste zet het fonds alle bestaande pensioenen om naar nieuwe pensioenen. Het fonds zet verder geld opzij voor een wettelijke reserve. Dit is voor de kosten van de administratie, het beheren van het vermogen en het uitbetalen van de pensioenen. Daarna vult het fonds de solidariteitsreserve.

    Als er vermogen over is
    Als er hierna nog vermogen over is, dan verdeelt het fonds dit over drie groepen deelnemers. Dit zijn deelnemers die anders nadeel ondervinden van de overgang naar het nieuwe pensioen. Als compensatie krijgen zij extra vermogen toebedeeld aan hun deel van het totale pensioenvermogen. Dit hebben de sociale partners van tevoren afgesproken. Of dit gebeurt, hangt af van hoeveel fondsvermogen er op 31 december 2026 is. Hiervoor kijken we naar de dekkingsgraad. Hier leest u meer over de dekkingsgraad.

    Deelnemers die compensatie kunnen krijgen
    De sociale partners maakten afspraken over de groepen deelnemers die extra vermogen kunnen krijgen. Hierbij wogen zij zorgvuldig alle belangen tegen elkaar af. Het gaat om de volgende groepen:

    1. Deelnemers die door hun leeftijd nadeel hebben van de overgang naar de nieuwe manier van premie berekenen;
    2. Medewerkers van GasTerra die nadeel ondervinden van de sluiting van GasTerra op 1 januari 2027 (onder de voorwaarde dat zij op 31 december 2026 nog in dienst zijn van GasTerra en op 1 januari 2027 geen dienstverband met Gasunie hebben);
    3. Deelnemers van wie het pensioen niet altijd (helemaal) verhoogd werd om bij te blijven met de prijsstijgingen (dit wordt achterstand in indexatie genoemd).

    Als er dan nog vermogen over is
    Als er dan nog vermogen over is, wordt dat geld verdeeld over alle deelnemers. Dat is het geval als de dekkingsgraad op 31 december 2026 hoger is dan 113%. Hier leest u meer over de dekkingsgraad.

    Pensioen voor uw (ex)partner en kinderen

    Ook in het nieuwe pensioen is er inkomen voor uw partner en kinderen als u overlijdt. Dit werkt wel anders dan nu. U bouwt straks niet meer elk jaar een deel van het partner- en wezenpensioen op. Dit is verzekerd met een risicoverzekering. Hieronder leest u hoe het pensioen voor uw partner en kinderen geregeld is, in verschillende situaties.

    Als u overlijdt terwijl u voor Gasunie werkt:

    • krijgt uw partner een pensioen zolang uw partner leeft. Dit is 28% van het salaris dat meetelt voor uw pensioen.
    • krijgt uw partner daarnaast elk jaar € 8.000, totdat uw partner zelf AOW gaat ontvangen (dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd).
    • Krijgen uw kinderen een wezenpensioen. Dit is 10% van het salaris dat meetelt voor uw pensioen. Zij krijgen dit totdat zij 25 jaar zijn. Voor volle wezen verdubbelt het wezenpensioen.

    Het partner- en wezenpensioen dat u tot en met 31 december 2026 opbouwde, verhuist ook mee naar het nieuwe pensioen. Dit wordt onderdeel van uw deel van het totale pensioenvermogen. Bij uw overlijden wordt dit pensioen ook aan uw partner en kinderen uitgekeerd. Het fonds keert dit uit bovenop de uitkering uit de risicoverzekering van het nieuwe pensioen. Dit bedrag per maand voor uw nabestaanden is een variabele uitkering, die kan stijgen en dalen, net als bij de gepensioneerden.

    Als u niet meer voor Gasunie werkt en overlijdt
    Werkt u na de overgang naar het nieuwe pensioen niet meer voor Gasunie en heeft u nog wel pensioen bij ons staan?
    Het partner- en wezenpensioen dat u tot en met 31 december 2026 opbouwt, verhuist mee naar uw deel van het totale pensioenvermogen. Als u overlijdt, krijgen uw partner en kinderen dit partner- en wezenpensioen uitgekeerd in een variabele uitkering. Deze kan stijgen en dalen, net zoals de uitkering van de gepensioneerden.

    Als u met pensioen gaat en daarna overlijdt
    Als u met pensioen gaat, dan zet het fonds uw deel van het totale pensioenvermogen om in een pensioen dat u maandelijks krijgt. Het partnerpensioen is hier standaard 70% van. U kunt, net als nu, ervoor kiezen om (een deel van) het partnerpensioen om te ruilen voor meer pensioen voor uzelf. Of andersom. De uitkering voor uw partner na uw overlijden is ook variabel en kan stijgen en dalen, net als uw eigen pensioenuitkering. Als u geen partner heeft als u met pensioen gaat, is er geen partnerpensioen nodig. Uw ouderdomspensioen wordt dan automatisch iets hoger.

    Als u arbeidsongeschikt wordt

    Ook in het nieuwe pensioen is er een arbeidsongeschiktheidspensioen. Dit is een aanvulling op de uitkering die u van het UWV krijgt als u arbeidsongeschikt wordt. Hoeveel dit is, hangt af van uw salaris en voor hoeveel procent u niet meer kunt werken. Op dit moment voert het pensioenfonds deze regeling uit. Na de overgang naar het nieuwe pensioen voert naar verwachting een verzekeraar deze regeling uit.

    Uw pensioenopbouw gaat door terwijl u arbeidsongeschikt bent. Voor het deel dat u niet meer kunt werken, hoeft geen pensioenpremie meer betaald te worden.

    Verhoging van uw pensioen

    Voor uw huidige pensioen bekijkt het pensioenfonds elk jaar of het uw pensioen kan verhogen ('indexeren'). Zo blijft uw pensioen zo goed mogelijk bij met de prijsstijgingen. Hiervoor moet het fonds wel genoeg vermogen hebben.

    Bij het nieuwe pensioen werkt dit anders. De opbrengsten van de beleggingen komen straks direct bij uw deel van het totale pensioenvermogen. Er is geen voorwaarde meer dat het fonds genoeg vermogen moet hebben om de pensioenen te verhogen. Het is wel mogelijk dat de opbrengsten van de beleggingen in een jaar negatief zijn. Dan kan uw deel van het totale pensioenvermogen dalen. Zijn de opbrengsten van de beleggingen positief, dan stijgt uw pensioenvermogen.

    De inleg voor uw pensioen

    De totale inleg in het nieuwe pensioen wordt 28,11% van het deel van uw salaris waarover u pensioen opbouwt. Uw eigen bijdrage daarin is 2,45% van het deel van uw salaris waarover u pensioen opbouwt. Zo is het nu in de huidige regeling ook. Is uw salaris dat meetelt voor uw pensioen hoger dan € 126.466 (2026)? Dan betaalt u 6% aan eigen bijdrage over het hogere deel van het salaris tot het maximumsalaris van € 137.800 (2026). Dit is net als in de huidige pensioenregeling.

    De inleg voor uw pensioen werkt straks anders dan in uw huidige pensioen. Hier leest u wat er verandert.

    Verdere afspraken

    In het transitieplan legden de sociale partners afspraken vast over de hoogte van de premies en wat te doen bij veranderingen. Daarnaast staan er afspraken in over hoeveel pensioen een deelnemer zou moeten kunnen opbouwen, als deelnemers hun hele loopbaan bij Gasunie werken. Deze ambitie is de basis van de nieuwe pensioenregeling. De sociale partners gebruiken dit om het pensioen en de uitvoering ervan vorm te geven. Zij bekijken elke vijf jaar opnieuw of dit nog past en stellen deze bij waar nodig.

    Wilt u meer weten?

    In het menu 'Nieuw Pensioen' op onze website leest u alles over de nieuwe afspraken, verdiepende artikelen, veelgestelde vragen en updates over waar we nu staan. Neem direct een kijkje.

  • Nieuw pensioen voor oud-werknemers

    Transitieplan in het kort: zo ziet uw nieuwe pensioen er straks uit

    In 2024 maakten de sociale partners nieuwe afspraken over pensioen voor medewerkers van Gasunie en GasTerra. Deze afspraken liggen inmiddels vast en staan in het transitieplan. Hierin staat ook wat er gebeurt met de al opgebouwde pensioenen. De sociale partners vroegen Pensioenfonds Gasunie om dit plan uit te voeren. Nu beoordeelt het fonds of dat kan. Ook gaan wij na of in het plan de belangen van alle betrokkenen evenwichtig zijn afgewogen. Als het antwoord op beide vragen 'ja' is, dan gaat het fonds de nieuwe regeling uitvoeren. De nieuwe afspraken gaan naar verwachting in vanaf 1 januari 2027. In dit artikel leest u over de belangrijkste onderdelen van het transitieplan.

    Leest u liever direct het volledige transitieplan? Kijk dan hier.

    Solidaire pensioenregeling (SPR)

    De sociale partners kozen voor een solidaire pensioenregeling. Bij het nieuwe pensioen is een deel van het totale vermogen voor u bestemd. Het totale vermogen beleggen wij. Bij deze pensioenregeling draagt u een aantal risico's samen met andere deelnemers. Hier leest u meer over de solidaire premieregeling.

    Uw eerder opgebouwde pensioen verhuist mee

    Het pensioen dat u tot en met 31 december 2026 bij ons fonds hebt staan, gaat mee naar de nieuwe pensioenregeling. Dit heet ook wel invaren. Zo blijven de 'oude' en de 'nieuwe' pensioenen in één pot bij elkaar. We rekenen het 'oude' pensioen dan om naar 'nieuw' pensioen. Dit geldt ook voor de andere deelnemers. Hier leest u meer over het omzetten van de pensioenen naar het nieuwe pensioen.

    Beleggingen - uw pensioen beweegt meer mee met de economie

    Net als bij het huidige pensioen belegt het fonds bij het nieuwe pensioen het totale vermogen voor alle deelnemers. Alle deelnemers hebben daarin elk hun eigen deel. Hierbij houdt het fonds rekening met verschillende leeftijdsgroepen. Jongere deelnemers hebben meer tijd voordat zij met pensioen gaan. Daarom kan het fonds voor hen met meer risico beleggen. Voor oudere deelnemers is het andersom. Zij hebben minder tijd en het fonds belegt daarom voor hen met minder risico. De opbrengsten van de beleggingen komen bij uw deel van het totale pensioenvermogen terecht. Uw pensioenvermogen beweegt daardoor mee met de economie en kan stijgen en dalen. Deze beweging zal voor jongere deelnemers groter zijn, en voor oudere deelnemers kleiner. Hier leest u meer over de beleggingen in uw nieuwe pensioen.

    Solidariteitsreserve voorkomt al te grote schommelingen in pensioen

    De pensioenen van de gepensioneerden bewegen óók meer mee met de economie. Dat betekent dat hun pensioen ook kan stijgen of dalen. De sociale partners willen voorkomen of beperken dat deze pensioenen dalen. Daarom zet het fonds extra geld opzij. Dit is de solidariteitsreserve. Met deze reserve dempt het fonds al te grote schommelingen in de uitkeringen van de gepensioneerden. Bijvoorbeeld als de opbrengsten van de beleggingen tegenvallen. Hier leest u meer over de solidariteitsreserve.

    Vullen en gebruiken van de reserve
    Tijdens de overgang naar het nieuwe pensioen op 1 januari 2027 vult het pensioenfonds de solidariteitsreserve. Op zijn hoogst 3% van het hele vermogen van het pensioenfonds gaat hier dan naartoe. Daarna vult het fonds de reserve elk jaar bij vanuit de opbrengsten van de beleggingen van het gehele fonds. Ieder jaar kan het fonds tot 20% van de solidariteitsreserve gebruiken om een daling van pensioenuitkeringen te dempen of te voorkomen. Zo blijft er genoeg over voor de jaren erna.

    Verdelen van het totale vermogen tijdens de overgang

    Op 1 januari 2027 gaat het nieuwe pensioen in. Het fonds verdeelt dan het totale vermogen over een aantal bestemmingen afhankelijk van hoeveel vermogen er op dat moment beschikbaar is.

    Bestaande pensioenen en reserves
    Als eerste zet het fonds alle bestaande pensioenen om naar nieuwe pensioenen. Het fonds zet verder geld opzij voor een wettelijke reserve. Dit is voor de kosten van de administratie, het beheren van het vermogen en het uitbetalen van de pensioenen. Daarna vult het fonds de solidariteitsreserve.

    Als er vermogen over is
    Als er hierna nog vermogen over is, dan verdeelt het fonds dit over drie groepen deelnemers. Dit zijn deelnemers die anders nadeel ondervinden van de overgang naar het nieuwe pensioen. Als compensatie krijgen zij extra vermogen toebedeeld aan hun deel van het totale pensioenvermogen. Dit hebben de sociale partners van tevoren afgesproken. Of dit gebeurt, hangt af van hoeveel fondsvermogen er op 31 december 2026 is. Hiervoor kijken we naar de dekkingsgraad. Hier leest u meer over de dekkingsgraad.

    Deelnemers die compensatie kunnen krijgen
    De sociale partners maakten afspraken over de groepen deelnemers die extra vermogen kunnen krijgen. Hierbij wogen zij zorgvuldig alle belangen tegen elkaar af. Het gaat om de volgende groepen:

    1. Deelnemers die door hun leeftijd nadeel hebben van de overgang naar de nieuwe manier van premie berekenen (alleen voor deelnemers waar nog premie voor wordt betaald: dit zijn de werknemers van Gasunie op 1 januari 2027);
    2. Medewerkers van GasTerra die nadeel ondervinden van de sluiting van GasTerra op 1 januari 2027 (onder de voorwaarde dat zij op 31 december 2026 nog in dienst zijn van GasTerra en op 1 januari 2027 geen dienstverband met Gasunie hebben);
    3. Deelnemers van wie het pensioen niet altijd (helemaal) verhoogd werd om bij te blijven met de prijsstijgingen (dit wordt achterstand in indexatie genoemd).

    Als er dan nog vermogen over is
    Als er na het voorgaande nog vermogen over is, wordt dat geld verdeeld over alle deelnemers. Dat is het geval als de dekkingsgraad op 31 december 2026 hoger is dan 113%. Hier leest u meer over de dekkingsgraad.

    Pensioen voor uw (ex)partner en kinderen

    Het partner- en wezenpensioen dat u eerder opbouwde, verhuist samen met het pensioen voor uzelf mee naar uw deel van het totale pensioenvermogen. Als u overlijdt, krijgen uw partner en kinderen dit partner- en wezenpensioen uitgekeerd in een variabele uitkering. Deze kan stijgen en dalen, net zoals de uitkering van de gepensioneerden.

    Als u met pensioen gaat en daarna overlijdt
    Als u met pensioen gaat, dan zet het fonds uw deel van het totale pensioenvermogen om in een pensioen dat u maandelijks krijgt. Het partnerpensioen is hier standaard 70% van. U kunt, net als nu, ervoor kiezen om (een deel van) het partnerpensioen om te ruilen voor meer pensioen voor uzelf. Of andersom. De uitkering voor uw partner na uw overlijden is ook variabel en kan stijgen en dalen, net als uw eigen pensioenuitkering. Als u geen partner heeft als u met pensioen gaat, is er geen partnerpensioen nodig. Uw ouderdomspensioen wordt dan automatisch iets hoger.

    Verhoging van uw pensioen

    Voor uw huidige pensioen bekijkt het pensioenfonds elk jaar of het uw pensioen kan verhogen ('indexeren'). Zo blijft uw pensioen zo goed mogelijk bij met de prijsstijgingen. Hiervoor moet het fonds wel genoeg vermogen hebben.

    Bij het nieuwe pensioen werkt dit anders. De opbrengsten van de beleggingen komen straks direct bij uw deel van het totale pensioenvermogen. Er is geen voorwaarde meer dat het fonds genoeg vermogen moet hebben om de pensioenen te verhogen. Het is wel mogelijk dat de opbrengsten van de beleggingen in een jaar negatief zijn. Dan kan uw deel van het totale pensioenvermogen dalen. Zijn de opbrengsten van de beleggingen positief, dan stijgt uw pensioenvermogen.

    Wilt u meer weten?

    In het menu 'Nieuw Pensioen' op onze website leest u alles over de nieuwe afspraken, verdiepende artikelen, veelgestelde vragen en updates over waar we nu staan. Neem direct een kijkje.

  • Nieuw pensioen voor gepensioneerden

    Transitieplan in het kort: zo ziet uw nieuwe pensioen er straks uit

    In 2024 maakten de sociale partners nieuwe afspraken over pensioen voor medewerkers van Gasunie en GasTerra. Deze afspraken liggen inmiddels vast en staan in het transitieplan. Hierin staat ook wat er gebeurt met de al opgebouwde pensioenen. De sociale partners vroegen Pensioenfonds Gasunie om dit plan uit te voeren. Nu beoordeelt het fonds of dat kan. Ook gaan wij na of in het plan de belangen van alle betrokkenen goed en eerlijk zijn afgewogen. Als het antwoord op beide vragen 'ja' is, dan gaat het fonds de nieuwe regeling uitvoeren. De nieuwe afspraken gaan naar verwachting in vanaf 1 januari 2027. In dit artikel leest u over de belangrijkste onderdelen van het transitieplan.

    Leest u liever direct het volledige transitieplan? Kijk dan hier.

    Solidaire pensioenregeling (SPR)

    De sociale partners kozen voor een solidaire pensioenregeling vanaf 1 januari 2027. Bij het nieuwe pensioen is een deel van het totale vermogen voor u bestemd. Het totale vermogen beleggen wij. Bij deze pensioenregeling draagt u een aantal risico's samen met andere deelnemers. Hier leest u meer over de solidaire premieregeling.

    Uw pensioen verhuist mee

    Het pensioen dat u nu ontvangt, gaat mee naar de nieuwe regeling. Dit heet ook wel invaren. Zo blijven de 'oude' en de 'nieuwe' pensioenen van alle deelnemers in één pot bij elkaar. We rekenen uw 'oude' pensioen dan om naar uw 'nieuwe' pensioen. Hier leest u meer over het omzetten van de pensioenen naar het nieuwe pensioen.

    Beleggingen - uw pensioen beweegt meer mee met de economie

    Bij het nieuwe pensioen belegt het fonds het totale vermogen voor alle deelnemers. Alle deelnemers hebben daarin elk hun eigen deel. Hierbij houdt het fonds rekening met verschillende leeftijdsgroepen. Voor jongere deelnemers beleggen we met meer risico. Voor oudere deelnemers beleggen we minder risicovol. U vormt samen met uw mede-gepensioneerden één groep. Binnen deze groep deelt u samen de risico's van het beleggen van het pensioengeld en het korter of langer leven dan verwacht. Dit noemen we een collectiviteitskring.

    Uw uitkering gaat meer meebewegen met de economische ontwikkelingen. Dit kan een daling of een stijging zijn. De opbrengsten van de beleggingen komen namelijk direct bij uw deel van het totale pensioenvermogen, zowel positief als negatief. Elk jaar stelt het fonds vast hoeveel pensioen het in het aankomende jaar aan u uitbetaalt. Hier leest u meer over de beleggingen van het nieuwe pensioen.

    Solidariteitsreserve voorkomt of beperkt al te grote schommelingen in pensioen

    Uw pensioen beweegt straks dus meer mee met de economie. Dat betekent dat uw pensioen kan stijgen of dalen. De sociale partners willen voorkomen of beperken dat uw pensioen daalt. Daarom zet het fonds extra geld opzij. Dit is de solidariteitsreserve. Met deze reserve dempt het fonds al te grote schommelingen in de uitkeringen van de gepensioneerden. Bijvoorbeeld als de opbrengsten van de beleggingen erg tegenvallen of als de rente daalt. Onze berekeningen laten zien dat door de inzet van de solidariteitsreserve de kans op een verlaging van uw pensioen kleiner is. Hier leest u meer over de solidariteitsreserve.

    Vullen en gebruiken van de reserve
    Tijdens de overgang naar het nieuwe pensioen op 1 januari 2027 vult het pensioenfonds de solidariteitsreserve. Op zijn hoogst 3% van het hele vermogen van het pensioenfonds gaat hier dan naartoe. Daarna vult het fonds de reserve elk jaar bij vanuit de opbrengsten van de beleggingen van het gehele fonds. Dit kan alleen als de beleggingen genoeg opbrengen. Ieder jaar kan het fonds tot 20% van de solidariteitsreserve gebruiken om een daling van de pensioenuitkeringen te dempen of te voorkomen. Zo blijft er genoeg over voor de jaren erna.

    Verdelen van het totale vermogen tijdens de overgang

    Op 1 januari 2027 gaat het nieuwe pensioen in. Het fonds verdeelt dan het totale vermogen over een aantal bestemmingen afhankelijk van hoeveel vermogen er op dat moment beschikbaar is.

    Bestaande pensioenen en reserves
    Als eerste zet het fonds alle bestaande pensioenen om naar nieuwe pensioenen. Het fonds zet verder geld opzij voor een wettelijke reserve. Dit is voor de kosten van de administratie, het beheren van het vermogen en het uitbetalen van de pensioenen. Daarna vult het fonds de solidariteitsreserve.

    Als er vermogen over is
    Als er hierna nog vermogen over is, dan verdeelt het fonds dit over drie groepen deelnemers. Dit zijn deelnemers die anders nadeel ondervinden van de overgang naar het nieuwe pensioen. Als compensatie krijgen zij extra vermogen toebedeeld aan hun deel van het totale pensioenvermogen. Dit hebben de sociale partners van tevoren afgesproken. Of dit gebeurt, hangt af van hoeveel fondsvermogen er op 31 december 2026 is. Hiervoor kijken we naar de dekkingsgraad. Hier leest u meer over de dekkingsgraad.

    Deelnemers die compensatie kunnen krijgen
    De sociale partners maakten afspraken over de groepen deelnemers die extra vermogen kunnen krijgen. Hierbij wogen zij zorgvuldig alle belangen tegen elkaar af. Het gaat om de volgende groepen:

    1. Deelnemers die door hun leeftijd nadeel hebben van de overgang naar de nieuwe manier van premie berekenen;
    2. Medewerkers van GasTerra die nadeel ondervinden van de sluiting van GasTerra op 1 januari 2027 (onder de voorwaarde dat zij op 31 december 2026 nog in dienst zijn van GasTerra en op 1 januari 2027 geen dienstverband met Gasunie hebben);
    3. Deelnemers van wie het pensioen niet altijd (helemaal) verhoogd werd om bij te blijven met de prijsstijgingen (dit wordt achterstand in indexatie genoemd).

    Als er dan nog vermogen over is
    Als er dan nog vermogen over is, wordt dat geld verdeeld over alle deelnemers. Dat is het geval als de dekkingsgraad op 31 december 2026 hoger is dan 113%. Hier leest u meer over de dekkingsgraad.

    Pensioen voor uw (ex)partner en kinderen

    Ook in het nieuwe pensioen is er inkomen voor uw partner en kinderen (tot 25-jarige leeftijd) als u overlijdt. Het partnerpensioen dat nu bij uw eigen pensioen hoort, gaat mee naar de nieuwe regeling. Het partnerpensioen is standaard 70% van uw eigen pensioen. Als u er bij uw pensionering voor gekozen hebt om (een deel van) uw partnerpensioen in te ruilen voor meer ouderdomspensioen of andersom, dan blijft deze verhouding gelden. De uitkering voor uw partner (en kinderen) na uw overlijden wordt variabel, dus deze kan stijgen en dalen, net als uw eigen pensioenuitkering.

    Verhoging van uw pensioen

    Voor uw huidige pensioen bekijkt het pensioenfonds elk jaar of het uw pensioen kan verhogen ('indexeren'). Zo blijft uw pensioen zo goed mogelijk bij met de prijsstijgingen. Hiervoor moet het fonds wel genoeg vermogen hebben.

    Bij het nieuwe pensioen werkt dit anders. De opbrengsten van de beleggingen worden straks direct in uw deel van het totale pensioenvermogen verwerkt. En dat heeft invloed op de hoogte van uw jaarlijkse pensioenuitkering. Er is geen voorwaarde meer dat het fonds genoeg vermogen moet hebben om de pensioenen te verhogen. Het fonds berekent jaarlijks hoeveel pensioenvermogen er voor u is. En vervolgens welke uitkering u dat jaar ontvangt. De volgende zaken zorgen ervoor dat uw pensioenuitkering omhoog of omlaag kan gaan:

    1. Positieve of negatieve resultaten op beleggingen;
    2. Wijzigingen in de rentestand;
    3. Het eerder of later overlijden van mede-gepensioneerden ten opzichte van de gemiddelde levensverwachting;
    4. Een eventuele aanvulling uit de solidariteitsreserve.

    Hier leest u meer over het stijgen of dalen van uw pensioen.

    Wilt u meer weten?

    In het menu 'Nieuw Pensioen' op onze website leest u alles over de nieuwe afspraken, verdiepende artikelen en updates over waar we nu staan. Neem direct een kijkje.